|
|
| |
vertragen vervoegen
|
DE: vertragen
NL: vertragenSynoniemen: vertragen (überstehen): doorstaan, verdragen, doorleven, verteren, verduren
DE: dulden, ertragen, tolerieren, zulassen, ertragen, aushalten, durchmachen, durchstehen, erdulden, erleiden, sich unterziehen, sich vertragen, überstehen, Freundschaft wiederherstellen, Frieden schliessen, dulden, ertragen, tolerieren, zulassen, ertragen, U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
| | Voltooid deelwoord | | Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` | vertraagd
| | Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) | | Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. | ik vertraag jij vertraagt hij vertraagt wij vertragen jullie vertragen zij vertragen
| | Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. | ik heb vertraagd jij hebt vertraagd hij heeft vertraagd wij hebben vertraagd jullie hebben vertraagd zij hebben vertraagd
| | Onvoltooid verleden tijd (ovt) | | Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. | ik vertraagde jij vertraagde hij vertraagde wij vertraagden jullie vertraagden zij vertraagden
| | Voltooid verleden tijd (vvt) | | wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. | ik had vertraagd jij had vertraagd hij had vertraagd wij hadden vertraagd jullie hadden vertraagd zij hadden vertraagd
| | Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) | | Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. | ik zal vertragen jij zult vertragen hij zal vertragen wij zullen vertragen jullie zullen vertragen zij zullen vertragen
| | Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. | ik zal vertraagd hebben jij zult vertraagd hebben hij zal vertraagd hebben wij zullen vertraagd hebben jullie zullen vertraagd hebben zij zullen vertraagd hebben
| | Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. | ik zou vertragen jij zou vertragen hij zou vertragen wij zouden vertragen jullie zouden vertragen zij zouden vertragen
| | Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. | ik zou vertraagd hebben jij zou vertraagd hebben hij zou vertraagd hebben wij zouden vertraagd hebben jullie zouden vertraagd hebben zij zouden vertraagd hebben
| | Gebiedende wijs | | bv. `Ga weg!` | vertraag
|
DE: vertragenSynoniemen: dulden, ertragen, tolerieren, zulassen, ertragen, aushalten, durchmachen, durchstehen, erdulden, erleiden, sich unterziehen, sich vertragen, überstehen, Freundschaft wiederherstellen, Frieden schliessen, dulden, ertragen, tolerieren, zulassen, ertragen,
NL: vertragen (überstehen): doorstaan, verdragen, doorleven, verteren, verduren | Partizip Perfekt & Präsens | `Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II) `komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I) | vertragen vertragend
| | Indikativ Präsens | | der Indikativ = aantonende wijs | ich vertrage du verträgst er verträgt wir vertragen ihr vertragt sie; Sie vertragen
| | Indikativ Perfekt | | der Indikativ = aantonende wijs | ich habe vertragen du hast vertragen er hat vertragen wir haben vertragen ihr habt vertragen sie; Sie haben vertragen
| | Indikativ Präteritum | | der Indikativ = aantonende wijs | ich vertrug du vertrugst er vertrug wir vertrugen ihr vertrugt sie; Sie vertrugen
| | Indikativ Plusquamperfekt | | der Indikativ = aantonende wijs | ich hatte vertragen du hattest vertragen er hatte vertragen wir hatten vertragen ihr hattet vertragen sie; Sie hatten vertragen
| | Indikativ Futur I | | der Indikativ = aantonende wijs | ich werde vertragen du wirst vertragen er wird vertragen wir werden vertragen ihr werdet vertragen sie; Sie werden vertragen
| | Indikativ Futur II | | der Indikativ = aantonende wijs | ich werde vertragen haben du wirst vertragen haben er wird vertragen haben wir werden vertragen haben ihr werdet vertragen haben sie; Sie werden vertragen haben
| | Konjunktiv I Präsens | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich vertrage du vertragest er vertrage wir vertragen ihr vertraget sie; Sie vertragen
| | Konjunktiv I Perfekt | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich habe vertragen du habest vertragen er habe vertragen wir haben vertragen ihr habet vertragen sie; Sie haben vertragen
| | Konjunktiv II Präsens | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich vertrüge du vertrügest er vertrüge wir vertrügen ihr vertrüget sie; Sie vertrügen
| | Konjunktiv II Perfekt | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich hätte vertragen du hättest vertragen er hätte vertragen wir hätten vertragen ihr hättet vertragen sie; Sie hätten vertragen
| | Konjunktiv II Futur I | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich würde vertragen du würdest vertragen er würde vertragen wir würden vertragen ihr würdet vertragen sie; Sie würden vertragen
| | Konjunktiv II Futur II | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich würde vertragen haben du würdest vertragen haben er würde vertragen haben wir würden vertragen haben ihr würdet vertragen haben sie; Sie würden vertragen haben
| | der Imperativ | | der Imperativ = gebiedende wijs | du vertrage; vertrag
|
Directe link naar deze pagina:http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/vertragenWerkwoorden A tot (en met) Z
Nederlandse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Duitse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Engelse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Franse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Spaanse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
|
Synoniemen
Vervoegen
Puzzelwoordenboek
Woorden.org
Encyclo.nl
|