Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: vertellen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
verteld

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik vertel
jij vertelt
hij vertelt
wij vertellen
jullie vertellen
zij vertellen

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik vertel
dat jij vertelt
dat hij vertelt
dat wij vertellen
dat jullie vertellen
dat zij vertellen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb verteld
jij hebt verteld
hij heeft verteld
wij hebben verteld
jullie hebben verteld
zij hebben verteld

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik vertelde
jij vertelde
hij vertelde
wij vertelden
jullie vertelden
zij vertelden

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik vertelde
dat jij vertelde
dat hij vertelde
dat wij vertelden
dat jullie vertelden
dat zij vertelden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had verteld
jij had verteld
hij had verteld
wij hadden verteld
jullie hadden verteld
zij hadden verteld

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal vertellen
jij zult vertellen
hij zal vertellen
wij zullen vertellen
jullie zullen vertellen
zij zullen vertellen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal verteld hebben
jij zult verteld hebben
hij zal verteld hebben
wij zullen verteld hebben
jullie zullen verteld hebben
zij zullen verteld hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou vertellen
jij zou vertellen
hij zou vertellen
wij zouden vertellen
jullie zouden vertellen
zij zouden vertellen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou verteld hebben
jij zou verteld hebben
hij zou verteld hebben
wij zouden verteld hebben
jullie zouden verteld hebben
zij zouden verteld hebben

Gebiedende wijs
vertel


Voorbeelden

  1. pardon, kunt u me vertellen hoe ik bij het busstation kom?
  2. kunt u me vertellen waar de ... is?
  3. kunt u me vertellen waar de vleesafdeling is?
  4. kunt u ons vertellen wat er draait/speelt in het theater?
  5. kunt u me mijn saldo vertellen alstublieft?
  6. De diverse gelaatstrekken en huidskleuren vertellen het verhaal van vele etnische en raciale invloeden
  7. sorry, kunt u mij vertellen waar ik kaartjes kan kopen voor de rondleiding ?
  8. Kunt u me vertellen waar de dichtsbijzijnde bushalte is?
  9. Kunt u me vertellen waarom u dit gedaan heeft?
  10. Zou u me kunnen vertellen of
  11. sorry, kunt u me vertellen waar de bank is
  12. Er is iets dat ik je wil vertellen
  13. Je kunt me maar beter de waarheid vertellen
  14. Zou u me kunnen vertellen wat mijn banksaldo is?
  15. Laat me je over de achtergrond vertellen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden