NL: vertegenwoordigenSynoniemen: representeren, vertegenwoordigd, zijn, betekenen, beduiden
DE: vertreten
EN: represent
ES: representar
FR: représenter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vertegenwoordigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vertegenwoordig jij vertegenwoordigt hij vertegenwoordigt wij vertegenwoordigen jullie vertegenwoordigen zij vertegenwoordigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vertegenwoordigd jij hebt vertegenwoordigd hij heeft vertegenwoordigd wij hebben vertegenwoordigd jullie hebben vertegenwoordigd zij hebben vertegenwoordigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vertegenwoordigde jij vertegenwoordigde hij vertegenwoordigde wij vertegenwoordigden jullie vertegenwoordigden zij vertegenwoordigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vertegenwoordigd jij had vertegenwoordigd hij had vertegenwoordigd wij hadden vertegenwoordigd jullie hadden vertegenwoordigd zij hadden vertegenwoordigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vertegenwoordigen jij zult vertegenwoordigen hij zal vertegenwoordigen wij zullen vertegenwoordigen jullie zullen vertegenwoordigen zij zullen vertegenwoordigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vertegenwoordigd hebben jij zult vertegenwoordigd hebben hij zal vertegenwoordigd hebben wij zullen vertegenwoordigd hebben jullie zullen vertegenwoordigd hebben zij zullen vertegenwoordigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vertegenwoordigen jij zou vertegenwoordigen hij zou vertegenwoordigen wij zouden vertegenwoordigen jullie zouden vertegenwoordigen zij zouden vertegenwoordigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vertegenwoordigd hebben jij zou vertegenwoordigd hebben hij zou vertegenwoordigd hebben wij zouden vertegenwoordigd hebben jullie zouden vertegenwoordigd hebben zij zouden vertegenwoordigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vertegenwoordig
|