NL: verstrengelenSynoniemen: ineenstrengelen, samenvlechten
EN: verstrengelen (ineenstrengelen): intertwine, interlace
ES: verstrengelen (ineenstrengelen): embrollar, enmarañar
FR: verstrengelen (ineenstrengelen): enlacer, torsader
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verstrengeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verstrengel jij verstrengelt hij verstrengelt wij verstrengelen jullie verstrengelen zij verstrengelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben verstrengeld jij bent verstrengeld hij is verstrengeld wij zijn verstrengeld jullie zijn verstrengeld zij zijn verstrengeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verstrengelde jij verstrengelde hij verstrengelde wij verstrengelden jullie verstrengelden zij verstrengelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was verstrengeld jij was verstrengeld hij was verstrengeld wij waren verstrengeld jullie waren verstrengeld zij waren verstrengeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verstrengelen jij zult verstrengelen hij zal verstrengelen wij zullen verstrengelen jullie zullen verstrengelen zij zullen verstrengelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verstrengeld zijn jij zult verstrengeld zijn hij zal verstrengeld zijn wij zullen verstrengeld zijn jullie zullen verstrengeld zijn zij zullen verstrengeld zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verstrengelen jij zou verstrengelen hij zou verstrengelen wij zouden verstrengelen jullie zouden verstrengelen zij zouden verstrengelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verstrengeld zijn jij zou verstrengeld zijn hij zou verstrengeld zijn wij zouden verstrengeld zijn jullie zouden verstrengeld zijn zij zouden verstrengeld zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verstrengel
|