NL: verstevigenSynoniemen: aanhalen, consolideren
DE: verstevigen (consolideren): konsolidieren, verstärken, bestärken
EN: verstevigen (consolideren): strenghten, consolidate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verstevigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verstevig jij verstevigt hij verstevigt wij verstevigen jullie verstevigen zij verstevigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verstevigd jij hebt verstevigd hij heeft verstevigd wij hebben verstevigd jullie hebben verstevigd zij hebben verstevigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verstevigde jij verstevigde hij verstevigde wij verstevigden jullie verstevigden zij verstevigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verstevigd jij had verstevigd hij had verstevigd wij hadden verstevigd jullie hadden verstevigd zij hadden verstevigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verstevigen jij zult verstevigen hij zal verstevigen wij zullen verstevigen jullie zullen verstevigen zij zullen verstevigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verstevigd hebben jij zult verstevigd hebben hij zal verstevigd hebben wij zullen verstevigd hebben jullie zullen verstevigd hebben zij zullen verstevigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verstevigen jij zou verstevigen hij zou verstevigen wij zouden verstevigen jullie zouden verstevigen zij zouden verstevigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verstevigd hebben jij zou verstevigd hebben hij zou verstevigd hebben wij zouden verstevigd hebben jullie zouden verstevigd hebben zij zouden verstevigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verstevig
|