NL: verstaanSynoniemen: begrijpen, beheersen
DE: verstehen, erfassen, begreifen, kapieren
EN: understand
ES: comprender, oír, entender
FR: comprendre, concevoir, saisir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verstaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik versta jij verstaat hij verstaat wij verstaan jullie verstaan zij verstaan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verstaan jij hebt verstaan hij heeft verstaan wij hebben verstaan jullie hebben verstaan zij hebben verstaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verstond jij verstond hij verstond wij verstonden jullie verstonden zij verstonden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verstaan jij had verstaan hij had verstaan wij hadden verstaan jullie hadden verstaan zij hadden verstaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verstaan jij zult verstaan hij zal verstaan wij zullen verstaan jullie zullen verstaan zij zullen verstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verstaan hebben jij zult verstaan hebben hij zal verstaan hebben wij zullen verstaan hebben jullie zullen verstaan hebben zij zullen verstaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verstaan jij zou verstaan hij zou verstaan wij zouden verstaan jullie zouden verstaan zij zouden verstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verstaan hebben jij zou verstaan hebben hij zou verstaan hebben wij zouden verstaan hebben jullie zouden verstaan hebben zij zouden verstaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
versta
|