NL: verspillenSynoniemen: verbeuzelen, verbrassen, verdoen, verknoeien, verkwisten, verkwanselen, verkopen, verboemelen
DE: verspillen (verbrassen): verschwenden, vergeuden, vertun, verprassen, verhunzen, wegschmeißen
EN: verspillen (verbrassen): waste, squander, dissipate
ES: verspillen (verbrassen): desperdiciar, malgastar, derrochar, despilfarrar, dilapidar, gastarse todo el dinero, consumir el tiempo parrandeando
FR: verspillen (verbrassen): claquer son argent, gaspiller, gâcher, dépenser follement, dilapider, jeter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verspild
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verspil jij verspilt hij verspilt wij verspillen jullie verspillen zij verspillen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verspild jij hebt verspild hij heeft verspild wij hebben verspild jullie hebben verspild zij hebben verspild
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verspilde jij verspilde hij verspilde wij verspilden jullie verspilden zij verspilden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verspild jij had verspild hij had verspild wij hadden verspild jullie hadden verspild zij hadden verspild
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verspillen jij zult verspillen hij zal verspillen wij zullen verspillen jullie zullen verspillen zij zullen verspillen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verspild hebben jij zult verspild hebben hij zal verspild hebben wij zullen verspild hebben jullie zullen verspild hebben zij zullen verspild hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verspillen jij zou verspillen hij zou verspillen wij zouden verspillen jullie zouden verspillen zij zouden verspillen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verspild hebben jij zou verspild hebben hij zou verspild hebben wij zouden verspild hebben jullie zouden verspild hebben zij zouden verspild hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verspil
|