NL: versoepelenDE: lockern, sich lockern
EN: liberalize
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
versoepeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik versoepel jij versoepelt hij versoepelt wij versoepelen jullie versoepelen zij versoepelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb versoepeld jij hebt versoepeld hij heeft versoepeld wij hebben versoepeld jullie hebben versoepeld zij hebben versoepeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik versoepelde jij versoepelde hij versoepelde wij versoepelden jullie versoepelden zij versoepelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had versoepeld jij had versoepeld hij had versoepeld wij hadden versoepeld jullie hadden versoepeld zij hadden versoepeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal versoepelen jij zult versoepelen hij zal versoepelen wij zullen versoepelen jullie zullen versoepelen zij zullen versoepelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal versoepeld hebben jij zult versoepeld hebben hij zal versoepeld hebben wij zullen versoepeld hebben jullie zullen versoepeld hebben zij zullen versoepeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou versoepelen jij zou versoepelen hij zou versoepelen wij zouden versoepelen jullie zouden versoepelen zij zouden versoepelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou versoepeld hebben jij zou versoepeld hebben hij zou versoepeld hebben wij zouden versoepeld hebben jullie zouden versoepeld hebben zij zouden versoepeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
versoepel
|