NL: versmadenDE: verachten, verschmähen, geringschätzen
EN: spurn, scorn
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
versmaad
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik versmaad jij versmaadt hij versmaadt wij versmaden jullie versmaden zij versmaden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb versmaad jij hebt versmaad hij heeft versmaad wij hebben versmaad jullie hebben versmaad zij hebben versmaad
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik versmaadde jij versmaadde hij versmaadde wij versmaadden jullie versmaadden zij versmaadden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had versmaad jij had versmaad hij had versmaad wij hadden versmaad jullie hadden versmaad zij hadden versmaad
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal versmaden jij zult versmaden hij zal versmaden wij zullen versmaden jullie zullen versmaden zij zullen versmaden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal versmaad hebben jij zult versmaad hebben hij zal versmaad hebben wij zullen versmaad hebben jullie zullen versmaad hebben zij zullen versmaad hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou versmaden jij zou versmaden hij zou versmaden wij zouden versmaden jullie zouden versmaden zij zouden versmaden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou versmaad hebben jij zou versmaad hebben hij zou versmaad hebben wij zouden versmaad hebben jullie zouden versmaad hebben zij zouden versmaad hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
versmaad
|