NL: verslaanSynoniemen: kloppen, overstemmen, overwinnen, rapporteren, slaan, overbrengen, melden, aanbrengen, zegevieren, bevangen, doodslaan, winnen
DE: verslaan (overwinnen): besiegen, siegen über
EN: verslaan (overwinnen): conquer, overcome, win, win over, master
ES: verslaan (overwinnen): triunfar, vencer, salir victorioso
FR: verslaan (overwinnen): vaincre, triompher, gagner, remporter une victoire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik versla jij verslaat hij verslaat wij verslaan jullie verslaan zij verslaan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verslagen jij hebt verslagen hij heeft verslagen wij hebben verslagen jullie hebben verslagen zij hebben verslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik versloeg jij versloeg hij versloeg wij versloegen jullie versloegen zij versloegen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verslagen jij had verslagen hij had verslagen wij hadden verslagen jullie hadden verslagen zij hadden verslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verslaan jij zult verslaan hij zal verslaan wij zullen verslaan jullie zullen verslaan zij zullen verslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verslagen hebben jij zult verslagen hebben hij zal verslagen hebben wij zullen verslagen hebben jullie zullen verslagen hebben zij zullen verslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verslaan jij zou verslaan hij zou verslaan wij zouden verslaan jullie zouden verslaan zij zouden verslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verslagen hebben jij zou verslagen hebben hij zou verslagen hebben wij zouden verslagen hebben jullie zouden verslagen hebben zij zouden verslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
versla
|