|
|
| |
verrotten vervoegen
|
DE: verrotten
NL: verrottenDE: verfaulen, abfaulen, faulen, modern, sich auflösen, sich nicht halten, sich zersetzen, verderben, vermodern, verwesen, zerfallen, verfaulen, abfaulen, faulen, modern, sich auflösen, sich nicht halten, sich zersetzen, verderben, vermodern, verwesen, zerf U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
| | Voltooid deelwoord | | Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` | verrot
| | Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) | | Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. | ik verrot jij verrot hij verrot wij verrotten jullie verrotten zij verrotten
| | Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. | ik heb verrot jij hebt verrot hij heeft verrot wij hebben verrot jullie hebben verrot zij hebben verrot
| | Onvoltooid verleden tijd (ovt) | | Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. | ik verrotte jij verrotte hij verrotte wij verrotten jullie verrotten zij verrotten
| | Voltooid verleden tijd (vvt) | | wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. | ik had verrot jij had verrot hij had verrot wij hadden verrot jullie hadden verrot zij hadden verrot
| | Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) | | Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. | ik zal verrotten jij zult verrotten hij zal verrotten wij zullen verrotten jullie zullen verrotten zij zullen verrotten
| | Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. | ik zal verrot hebben jij zult verrot hebben hij zal verrot hebben wij zullen verrot hebben jullie zullen verrot hebben zij zullen verrot hebben
| | Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. | ik zou verrotten jij zou verrotten hij zou verrotten wij zouden verrotten jullie zouden verrotten zij zouden verrotten
| | Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. | ik zou verrot hebben jij zou verrot hebben hij zou verrot hebben wij zouden verrot hebben jullie zouden verrot hebben zij zouden verrot hebben
| | Gebiedende wijs | | bv. `Ga weg!` | verrot
|
DE: verrottenSynoniemen: verfaulen, abfaulen, faulen, modern, sich auflösen, sich nicht halten, sich zersetzen, verderben, vermodern, verwesen, zerfallen, verfaulen, abfaulen, faulen, modern, sich auflösen, sich nicht halten, sich zersetzen, verderben, vermodern, verwesen, zerf
| Partizip Perfekt & Präsens | `Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II) `komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I) | verrottet verrottend
| | Indikativ Präsens | | der Indikativ = aantonende wijs | ich verrotte du verrottest er verrottet wir verrotten ihr verrottet sie; Sie verrotten
| | Indikativ Perfekt | | der Indikativ = aantonende wijs | ich bin verrottet du bist verrottet er ist verrottet wir sind verrottet ihr seid verrottet sie; Sie sind verrottet
| | Indikativ Präteritum | | der Indikativ = aantonende wijs | ich verrottete du verrottetest er verrottete wir verrotteten ihr verrottetet sie; Sie verrotteten
| | Indikativ Plusquamperfekt | | der Indikativ = aantonende wijs | ich war verrottet du warst verrottet er war verrottet wir waren verrottet ihr wart verrottet sie; Sie waren verrottet
| | Indikativ Futur I | | der Indikativ = aantonende wijs | ich werde verrotten du wirst verrotten er wird verrotten wir werden verrotten ihr werdet verrotten sie; Sie werden verrotten
| | Indikativ Futur II | | der Indikativ = aantonende wijs | ich werde verrottet sein du wirst verrottet sein er wird verrottet sein wir werden verrottet sein ihr werdet verrottet sein sie; Sie werden verrottet sein
| | Konjunktiv I Präsens | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich verrotte du verrottest er verrotte wir verrotten ihr verrottet sie; Sie verrotten
| | Konjunktiv I Perfekt | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich sei verrottet du seiest verrottet er sei verrottet wir seien verrottet ihr seiet verrottet sie; Sie seien verrottet
| | Konjunktiv II Präsens | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich verrottete du verrottetest er verrottete wir verrotteten ihr verrottetet sie; Sie verrotteten
| | Konjunktiv II Perfekt | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich wäre verrottet du wärest verrottet er wäre verrottet wir wären verrottet ihr wäret verrottet sie; Sie wären verrottet
| | Konjunktiv II Futur I | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich würde verrotten du würdest verrotten er würde verrotten wir würden verrotten ihr würdet verrotten sie; Sie würden verrotten
| | Konjunktiv II Futur II | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich würde verrottet sein du würdest verrottet sein er würde verrottet sein wir würden verrottet sein ihr würdet verrottet sein sie; Sie würden verrottet sein
| | der Imperativ | | der Imperativ = gebiedende wijs | du verrotte
|
Directe link naar deze pagina:http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/verrottenWerkwoorden A tot (en met) Z
Nederlandse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Duitse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Engelse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Franse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Spaanse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
|
Synoniemen
Vervoegen
Puzzelwoordenboek
Woorden.org
Encyclo.nl
|