NL: verpozenSynoniemen: ontspannen, rusten, uitrusten, relaxen
EN: verpozen (uitrusten): rest, repose, take a rest
FR: verpozen (uitrusten): se reposer, reposer, se détendre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verpoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verpoos jij verpoost hij verpoost wij verpozen jullie verpozen zij verpozen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verpoosd jij hebt verpoosd hij heeft verpoosd wij hebben verpoosd jullie hebben verpoosd zij hebben verpoosd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verpoosde jij verpoosde hij verpoosde wij verpoosden jullie verpoosden zij verpoosden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verpoosd jij had verpoosd hij had verpoosd wij hadden verpoosd jullie hadden verpoosd zij hadden verpoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verpozen jij zult verpozen hij zal verpozen wij zullen verpozen jullie zullen verpozen zij zullen verpozen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verpoosd hebben jij zult verpoosd hebben hij zal verpoosd hebben wij zullen verpoosd hebben jullie zullen verpoosd hebben zij zullen verpoosd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verpozen jij zou verpozen hij zou verpozen wij zouden verpozen jullie zouden verpozen zij zouden verpozen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verpoosd hebben jij zou verpoosd hebben hij zou verpoosd hebben wij zouden verpoosd hebben jullie zouden verpoosd hebben zij zouden verpoosd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verpoos
|