NL: verpersoonlijkenSynoniemen: belichamen, personifiëren, personificeren
EN: verpersoonlijken (belichamen): embody, epitomize, personify
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verpersoonlijkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verpersoonlijk jij verpersoonlijkt hij verpersoonlijkt wij verpersoonlijken jullie verpersoonlijken zij verpersoonlijken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verpersoonlijkt jij hebt verpersoonlijkt hij heeft verpersoonlijkt wij hebben verpersoonlijkt jullie hebben verpersoonlijkt zij hebben verpersoonlijkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verpersoonlijkte jij verpersoonlijkte hij verpersoonlijkte wij verpersoonlijkten jullie verpersoonlijkten zij verpersoonlijkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verpersoonlijkt jij had verpersoonlijkt hij had verpersoonlijkt wij hadden verpersoonlijkt jullie hadden verpersoonlijkt zij hadden verpersoonlijkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verpersoonlijken jij zult verpersoonlijken hij zal verpersoonlijken wij zullen verpersoonlijken jullie zullen verpersoonlijken zij zullen verpersoonlijken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verpersoonlijkt hebben jij zult verpersoonlijkt hebben hij zal verpersoonlijkt hebben wij zullen verpersoonlijkt hebben jullie zullen verpersoonlijkt hebben zij zullen verpersoonlijkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verpersoonlijken jij zou verpersoonlijken hij zou verpersoonlijken wij zouden verpersoonlijken jullie zouden verpersoonlijken zij zouden verpersoonlijken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verpersoonlijkt hebben jij zou verpersoonlijkt hebben hij zou verpersoonlijkt hebben wij zouden verpersoonlijkt hebben jullie zouden verpersoonlijkt hebben zij zouden verpersoonlijkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verpersoonlijk
|