NL: verpatsenSynoniemen: belenen, verkwanselen, verpanden
EN: verpatsen (belenen): pledge, pawn, mortgage, borrow money on
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verpatst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verpats jij verpatst hij verpatst wij verpatsen jullie verpatsen zij verpatsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verpatst jij hebt verpatst hij heeft verpatst wij hebben verpatst jullie hebben verpatst zij hebben verpatst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verpatste jij verpatste hij verpatste wij verpatsten jullie verpatsten zij verpatsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verpatst jij had verpatst hij had verpatst wij hadden verpatst jullie hadden verpatst zij hadden verpatst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verpatsen jij zult verpatsen hij zal verpatsen wij zullen verpatsen jullie zullen verpatsen zij zullen verpatsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verpatst hebben jij zult verpatst hebben hij zal verpatst hebben wij zullen verpatst hebben jullie zullen verpatst hebben zij zullen verpatst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verpatsen jij zou verpatsen hij zou verpatsen wij zouden verpatsen jullie zouden verpatsen zij zouden verpatsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verpatst hebben jij zou verpatst hebben hij zou verpatst hebben wij zouden verpatst hebben jullie zouden verpatst hebben zij zouden verpatst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verpats
|