Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

verordenen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: verordenen
Synoniemen: afkondigen, bevelen, verordonneren, voorschrijven, opdragen, gelasten, gebieden, decreteren, commanderen, verordineren, ordonneren, beschikken, bepalen

DE: verordenen (afkondigen): anordnen, bestimmen, befehlen, vorschreiben, verordnen, diktieren, bekanntmachen
EN: verordenen (afkondigen): proclaim, call, give notice of
ES: verordenen (afkondigen): ordenar, promulgar, proclamar, decretar
FR: verordenen (afkondigen): ordonner, décréter, annoncer, proclamer, promulguer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
verordend
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik verorden
jij verordent
hij verordent
wij verordenen
jullie verordenen
zij verordenen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb verordend
jij hebt verordend
hij heeft verordend
wij hebben verordend
jullie hebben verordend
zij hebben verordend
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik verordende
jij verordende
hij verordende
wij verordenden
jullie verordenden
zij verordenden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had verordend
jij had verordend
hij had verordend
wij hadden verordend
jullie hadden verordend
zij hadden verordend
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal verordenen
jij zult verordenen
hij zal verordenen
wij zullen verordenen
jullie zullen verordenen
zij zullen verordenen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal verordend hebben
jij zult verordend hebben
hij zal verordend hebben
wij zullen verordend hebben
jullie zullen verordend hebben
zij zullen verordend hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou verordenen
jij zou verordenen
hij zou verordenen
wij zouden verordenen
jullie zouden verordenen
zij zouden verordenen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou verordend hebben
jij zou verordend hebben
hij zou verordend hebben
wij zouden verordend hebben
jullie zouden verordend hebben
zij zouden verordend hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
verorden

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/verordenen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English