NL: veronderstellenSynoniemen: aannemen, geloven, menen, postuleren, rekenen, speculeren, stellen, zeggen
DE: annehmen, voraussetzen, denken, schätzen, glauben
EN: presume
ES: suponer, presumir
FR: supposer, présumer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verondersteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik veronderstel jij veronderstelt hij veronderstelt wij veronderstellen jullie veronderstellen zij veronderstellen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verondersteld jij hebt verondersteld hij heeft verondersteld wij hebben verondersteld jullie hebben verondersteld zij hebben verondersteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik veronderstelde jij veronderstelde hij veronderstelde wij veronderstelden jullie veronderstelden zij veronderstelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verondersteld jij had verondersteld hij had verondersteld wij hadden verondersteld jullie hadden verondersteld zij hadden verondersteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal veronderstellen jij zult veronderstellen hij zal veronderstellen wij zullen veronderstellen jullie zullen veronderstellen zij zullen veronderstellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verondersteld hebben jij zult verondersteld hebben hij zal verondersteld hebben wij zullen verondersteld hebben jullie zullen verondersteld hebben zij zullen verondersteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou veronderstellen jij zou veronderstellen hij zou veronderstellen wij zouden veronderstellen jullie zouden veronderstellen zij zouden veronderstellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verondersteld hebben jij zou verondersteld hebben hij zou verondersteld hebben wij zouden verondersteld hebben jullie zouden verondersteld hebben zij zouden verondersteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
veronderstel
|