NL: vernederenSynoniemen: beledigen, kastijden, ergeren, verdeemoedigen
DE: erniedrigen, demütigen
EN: humiliate, abase
ES: humillar
FR: humilier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vernederd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verneder jij vernedert hij vernedert wij vernederen jullie vernederen zij vernederen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vernederd jij hebt vernederd hij heeft vernederd wij hebben vernederd jullie hebben vernederd zij hebben vernederd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vernederde jij vernederde hij vernederde wij vernederden jullie vernederden zij vernederden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vernederd jij had vernederd hij had vernederd wij hadden vernederd jullie hadden vernederd zij hadden vernederd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vernederen jij zult vernederen hij zal vernederen wij zullen vernederen jullie zullen vernederen zij zullen vernederen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vernederd hebben jij zult vernederd hebben hij zal vernederd hebben wij zullen vernederd hebben jullie zullen vernederd hebben zij zullen vernederd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vernederen jij zou vernederen hij zou vernederen wij zouden vernederen jullie zouden vernederen zij zouden vernederen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vernederd hebben jij zou vernederd hebben hij zou vernederd hebben wij zouden vernederd hebben jullie zouden vernederd hebben zij zouden vernederd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verneder
|