NL: vermurwenSynoniemen: vertederen
EN: soften
ES: suavizar, ablandar, enternecer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vermurwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vermurw jij vermurwt hij vermurwt wij vermurwen jullie vermurwen zij vermurwen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vermurwd jij hebt vermurwd hij heeft vermurwd wij hebben vermurwd jullie hebben vermurwd zij hebben vermurwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vermurwde jij vermurwde hij vermurwde wij vermurwden jullie vermurwden zij vermurwden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vermurwd jij had vermurwd hij had vermurwd wij hadden vermurwd jullie hadden vermurwd zij hadden vermurwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vermurwen jij zult vermurwen hij zal vermurwen wij zullen vermurwen jullie zullen vermurwen zij zullen vermurwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vermurwd hebben jij zult vermurwd hebben hij zal vermurwd hebben wij zullen vermurwd hebben jullie zullen vermurwd hebben zij zullen vermurwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vermurwen jij zou vermurwen hij zou vermurwen wij zouden vermurwen jullie zouden vermurwen zij zouden vermurwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vermurwd hebben jij zou vermurwd hebben hij zou vermurwd hebben wij zouden vermurwd hebben jullie zouden vermurwd hebben zij zouden vermurwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vermurw
|