Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

vermommen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: vermommen
Synoniemen: verkleden

DE: vermummen, verkleiden, umkleiden, tarnen
EN: disguise

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
vermomd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vermom
jij vermomt
hij vermomt
wij vermommen
jullie vermommen
zij vermommen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb vermomd
jij hebt vermomd
hij heeft vermomd
wij hebben vermomd
jullie hebben vermomd
zij hebben vermomd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik vermomde
jij vermomde
hij vermomde
wij vermomden
jullie vermomden
zij vermomden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had vermomd
jij had vermomd
hij had vermomd
wij hadden vermomd
jullie hadden vermomd
zij hadden vermomd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal vermommen
jij zult vermommen
hij zal vermommen
wij zullen vermommen
jullie zullen vermommen
zij zullen vermommen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal vermomd hebben
jij zult vermomd hebben
hij zal vermomd hebben
wij zullen vermomd hebben
jullie zullen vermomd hebben
zij zullen vermomd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou vermommen
jij zou vermommen
hij zou vermommen
wij zouden vermommen
jullie zouden vermommen
zij zouden vermommen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou vermomd hebben
jij zou vermomd hebben
hij zou vermomd hebben
wij zouden vermomd hebben
jullie zouden vermomd hebben
zij zouden vermomd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vermom

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/vermommen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English