NL: vermeldenSynoniemen: noemen, vermeld, uiteenzetten, uitdrukken, melden
DE: erwähnen, melden, erklären, ausschreiben, mitteilen, nennen, benennen, informieren, bekanntgeben, titulieren
EN: mention, list
ES: mencionar, llamar, nombrar, hacer mención, avisar, citar, notificar
FR: mentionner, citer, informer, nommer, faire mention de, mettre au courant
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vermeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vermeld jij vermeldt hij vermeldt wij vermelden jullie vermelden zij vermelden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vermeld jij hebt vermeld hij heeft vermeld wij hebben vermeld jullie hebben vermeld zij hebben vermeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vermeldde jij vermeldde hij vermeldde wij vermeldden jullie vermeldden zij vermeldden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vermeld jij had vermeld hij had vermeld wij hadden vermeld jullie hadden vermeld zij hadden vermeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vermelden jij zult vermelden hij zal vermelden wij zullen vermelden jullie zullen vermelden zij zullen vermelden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vermeld hebben jij zult vermeld hebben hij zal vermeld hebben wij zullen vermeld hebben jullie zullen vermeld hebben zij zullen vermeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vermelden jij zou vermelden hij zou vermelden wij zouden vermelden jullie zouden vermelden zij zouden vermelden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vermeld hebben jij zou vermeld hebben hij zou vermeld hebben wij zouden vermeld hebben jullie zouden vermeld hebben zij zouden vermeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vermeld
|