NL: vermagerenSynoniemen: afvallen, lijnen, afslanken, vermagering, uitmergelen
EN: lose weight, emaciate, slim down
ES: adelgazar, perder peso
FR: maigrir, amincir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vermagerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vermager jij vermagert hij vermagert wij vermageren jullie vermageren zij vermageren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vermagerd jij hebt vermagerd hij heeft vermagerd wij hebben vermagerd jullie hebben vermagerd zij hebben vermagerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vermagerde jij vermagerde hij vermagerde wij vermagerden jullie vermagerden zij vermagerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vermagerd jij had vermagerd hij had vermagerd wij hadden vermagerd jullie hadden vermagerd zij hadden vermagerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vermageren jij zult vermageren hij zal vermageren wij zullen vermageren jullie zullen vermageren zij zullen vermageren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vermagerd hebben jij zult vermagerd hebben hij zal vermagerd hebben wij zullen vermagerd hebben jullie zullen vermagerd hebben zij zullen vermagerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vermageren jij zou vermageren hij zou vermageren wij zouden vermageren jullie zouden vermageren zij zouden vermageren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vermagerd hebben jij zou vermagerd hebben hij zou vermagerd hebben wij zouden vermagerd hebben jullie zouden vermagerd hebben zij zouden vermagerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vermager
|