NL: verluchtenSynoniemen: opsieren, verfraaien, tooien, optuigen, opsmukken, opschikken
DE: verluchten (opsieren): schmücken, ausstaffieren, aufmachen, schminken, verzieren, aufpolieren, dekorieren, aufputzen, herausputzen, feinmachen
EN: verluchten (opsieren): embellish, decorate, doll up, trim, beautify, garnish, dress up
ES: verluchten (opsieren): engalanar, ataviar, adornar, embellecer, embellecerse
FR: verluchten (opsieren): embellir, rafraîchir, maquiller, parer, garnir, orner, décorer, farder
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verlucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verlucht jij verlucht hij verlucht wij verluchten jullie verluchten zij verluchten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verlucht jij hebt verlucht hij heeft verlucht wij hebben verlucht jullie hebben verlucht zij hebben verlucht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verluchtte jij verluchtte hij verluchtte wij verluchtten jullie verluchtten zij verluchtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verlucht jij had verlucht hij had verlucht wij hadden verlucht jullie hadden verlucht zij hadden verlucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verluchten jij zult verluchten hij zal verluchten wij zullen verluchten jullie zullen verluchten zij zullen verluchten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verlucht hebben jij zult verlucht hebben hij zal verlucht hebben wij zullen verlucht hebben jullie zullen verlucht hebben zij zullen verlucht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verluchten jij zou verluchten hij zou verluchten wij zouden verluchten jullie zouden verluchten zij zouden verluchten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verlucht hebben jij zou verlucht hebben hij zou verlucht hebben wij zouden verlucht hebben jullie zouden verlucht hebben zij zouden verlucht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verlucht
|