NL: verlotenSynoniemen: loten
DE: verlosen, auslosen
EN: raffle
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verloot
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verloot jij verloot hij verloot wij verloten jullie verloten zij verloten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verloot jij hebt verloot hij heeft verloot wij hebben verloot jullie hebben verloot zij hebben verloot
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verlootte jij verlootte hij verlootte wij verlootten jullie verlootten zij verlootten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verloot jij had verloot hij had verloot wij hadden verloot jullie hadden verloot zij hadden verloot
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verloten jij zult verloten hij zal verloten wij zullen verloten jullie zullen verloten zij zullen verloten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verloot hebben jij zult verloot hebben hij zal verloot hebben wij zullen verloot hebben jullie zullen verloot hebben zij zullen verloot hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verloten jij zou verloten hij zou verloten wij zouden verloten jullie zouden verloten zij zouden verloten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verloot hebben jij zou verloot hebben hij zou verloot hebben wij zouden verloot hebben jullie zouden verloot hebben zij zouden verloot hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verloot
|