NL: verlokkenSynoniemen: aanlokken, overhalen, uitlokken, weglokken, voortlokken, verleiden, meelokken, lokken
DE: verlocken
EN: court
ES: hacer la corta
FR: attirer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verlokt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verlok jij verlokt hij verlokt wij verlokken jullie verlokken zij verlokken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verlokt jij hebt verlokt hij heeft verlokt wij hebben verlokt jullie hebben verlokt zij hebben verlokt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verlokte jij verlokte hij verlokte wij verlokten jullie verlokten zij verlokten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verlokt jij had verlokt hij had verlokt wij hadden verlokt jullie hadden verlokt zij hadden verlokt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verlokken jij zult verlokken hij zal verlokken wij zullen verlokken jullie zullen verlokken zij zullen verlokken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verlokt hebben jij zult verlokt hebben hij zal verlokt hebben wij zullen verlokt hebben jullie zullen verlokt hebben zij zullen verlokt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verlokken jij zou verlokken hij zou verlokken wij zouden verlokken jullie zouden verlokken zij zouden verlokken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verlokt hebben jij zou verlokt hebben hij zou verlokt hebben wij zouden verlokt hebben jullie zouden verlokt hebben zij zouden verlokt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verlok
|