NL: verlinkenSynoniemen: aangeven, verklikken, verraden, verklappen, uitbrengen, aanbrengen, klikken
EN: verlinken (verklikken): reveal, squeal, inform against, disclose, blab, give away
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verlinkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verlink jij verlinkt hij verlinkt wij verlinken jullie verlinken zij verlinken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verlinkt jij hebt verlinkt hij heeft verlinkt wij hebben verlinkt jullie hebben verlinkt zij hebben verlinkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verlinkte jij verlinkte hij verlinkte wij verlinkten jullie verlinkten zij verlinkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verlinkt jij had verlinkt hij had verlinkt wij hadden verlinkt jullie hadden verlinkt zij hadden verlinkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verlinken jij zult verlinken hij zal verlinken wij zullen verlinken jullie zullen verlinken zij zullen verlinken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verlinkt hebben jij zult verlinkt hebben hij zal verlinkt hebben wij zullen verlinkt hebben jullie zullen verlinkt hebben zij zullen verlinkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verlinken jij zou verlinken hij zou verlinken wij zouden verlinken jullie zouden verlinken zij zouden verlinken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verlinkt hebben jij zou verlinkt hebben hij zou verlinkt hebben wij zouden verlinkt hebben jullie zouden verlinkt hebben zij zouden verlinkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verlink
|