NL: verlevendigenSynoniemen: activeren, opfrissen, opleven, opwekken, reanimeren, verfrissen, verkwikken, verkoelen
EN: revive, activate, generate, rouse, reactivate, awake, excite, refresh, freshen, recover
FR: raviver, aviver, vitaliser, ranimer, vivifier, animer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verlevendigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verlevendig jij verlevendigt hij verlevendigt wij verlevendigen jullie verlevendigen zij verlevendigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verlevendigd jij hebt verlevendigd hij heeft verlevendigd wij hebben verlevendigd jullie hebben verlevendigd zij hebben verlevendigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verlevendigde jij verlevendigde hij verlevendigde wij verlevendigden jullie verlevendigden zij verlevendigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verlevendigd jij had verlevendigd hij had verlevendigd wij hadden verlevendigd jullie hadden verlevendigd zij hadden verlevendigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verlevendigen jij zult verlevendigen hij zal verlevendigen wij zullen verlevendigen jullie zullen verlevendigen zij zullen verlevendigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verlevendigd hebben jij zult verlevendigd hebben hij zal verlevendigd hebben wij zullen verlevendigd hebben jullie zullen verlevendigd hebben zij zullen verlevendigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verlevendigen jij zou verlevendigen hij zou verlevendigen wij zouden verlevendigen jullie zouden verlevendigen zij zouden verlevendigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verlevendigd hebben jij zou verlevendigd hebben hij zou verlevendigd hebben wij zouden verlevendigd hebben jullie zouden verlevendigd hebben zij zouden verlevendigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verlevendig
|