NL: verkrachtenSynoniemen: aanranden, misbruiken, onteren, schofferen
DE: vergewaltigen, beugen, verletzen
EN: rape
ES: violar
FR: violer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verkracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verkracht jij verkracht hij verkracht wij verkrachten jullie verkrachten zij verkrachten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben verkracht jij bent verkracht hij is verkracht wij zijn verkracht jullie zijn verkracht zij zijn verkracht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verkrachtte jij verkrachtte hij verkrachtte wij verkrachtten jullie verkrachtten zij verkrachtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was verkracht jij was verkracht hij was verkracht wij waren verkracht jullie waren verkracht zij waren verkracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verkrachten jij zult verkrachten hij zal verkrachten wij zullen verkrachten jullie zullen verkrachten zij zullen verkrachten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verkracht zijn jij zult verkracht zijn hij zal verkracht zijn wij zullen verkracht zijn jullie zullen verkracht zijn zij zullen verkracht zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verkrachten jij zou verkrachten hij zou verkrachten wij zouden verkrachten jullie zouden verkrachten zij zouden verkrachten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verkracht zijn jij zou verkracht zijn hij zou verkracht zijn wij zouden verkracht zijn jullie zouden verkracht zijn zij zouden verkracht zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verkracht
|