NL: verkondigenSynoniemen: prediken, uiten, uitdragen
DE: verkondigen (een boodschap uitdragen): austragen, aussäen, ausstreuen, eine Nachricht austragen
EN: verkondigen (een boodschap uitdragen): disseminate, carry out a message, spread
ES: verkondigen (een boodschap uitdragen): predicar
FR: verkondigen (een boodschap uitdragen): transmettre, répandre, proclamer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verkondigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verkondig jij verkondigt hij verkondigt wij verkondigen jullie verkondigen zij verkondigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verkondigd jij hebt verkondigd hij heeft verkondigd wij hebben verkondigd jullie hebben verkondigd zij hebben verkondigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verkondigde jij verkondigde hij verkondigde wij verkondigden jullie verkondigden zij verkondigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verkondigd jij had verkondigd hij had verkondigd wij hadden verkondigd jullie hadden verkondigd zij hadden verkondigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verkondigen jij zult verkondigen hij zal verkondigen wij zullen verkondigen jullie zullen verkondigen zij zullen verkondigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verkondigd hebben jij zult verkondigd hebben hij zal verkondigd hebben wij zullen verkondigd hebben jullie zullen verkondigd hebben zij zullen verkondigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verkondigen jij zou verkondigen hij zou verkondigen wij zouden verkondigen jullie zouden verkondigen zij zouden verkondigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verkondigd hebben jij zou verkondigd hebben hij zou verkondigd hebben wij zouden verkondigd hebben jullie zouden verkondigd hebben zij zouden verkondigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verkondig
|