NL: verkavelenSynoniemen: verdeel, verdelen, kavelen
EN: divide, lot, parcel out
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verkaveld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verkavel jij verkavelt hij verkavelt wij verkavelen jullie verkavelen zij verkavelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verkaveld jij hebt verkaveld hij heeft verkaveld wij hebben verkaveld jullie hebben verkaveld zij hebben verkaveld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verkavelde jij verkavelde hij verkavelde wij verkavelden jullie verkavelden zij verkavelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verkaveld jij had verkaveld hij had verkaveld wij hadden verkaveld jullie hadden verkaveld zij hadden verkaveld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verkavelen jij zult verkavelen hij zal verkavelen wij zullen verkavelen jullie zullen verkavelen zij zullen verkavelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verkaveld hebben jij zult verkaveld hebben hij zal verkaveld hebben wij zullen verkaveld hebben jullie zullen verkaveld hebben zij zullen verkaveld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verkavelen jij zou verkavelen hij zou verkavelen wij zouden verkavelen jullie zouden verkavelen zij zouden verkavelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verkaveld hebben jij zou verkaveld hebben hij zou verkaveld hebben wij zouden verkaveld hebben jullie zouden verkaveld hebben zij zouden verkaveld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verkavel
|