NL: verjarenDE: verjaren (verjaardag vieren): Geburtstag feiern
EN: verjaren (verjaardag vieren): celebrate one's birthday
ES: verjaren (verjaardag vieren): celebrar un cumpleaños
FR: verjaren (verjaardag vieren): fêter son anniversaire, célébrer son anniversaire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verjaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verjaar jij verjaart hij verjaart wij verjaren jullie verjaren zij verjaren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verjaard jij hebt verjaard hij heeft verjaard wij hebben verjaard jullie hebben verjaard zij hebben verjaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verjaarde jij verjaarde hij verjaarde wij verjaarden jullie verjaarden zij verjaarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verjaard jij had verjaard hij had verjaard wij hadden verjaard jullie hadden verjaard zij hadden verjaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verjaren jij zult verjaren hij zal verjaren wij zullen verjaren jullie zullen verjaren zij zullen verjaren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verjaard hebben jij zult verjaard hebben hij zal verjaard hebben wij zullen verjaard hebben jullie zullen verjaard hebben zij zullen verjaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verjaren jij zou verjaren hij zou verjaren wij zouden verjaren jullie zouden verjaren zij zouden verjaren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verjaard hebben jij zou verjaard hebben hij zou verjaard hebben wij zouden verjaard hebben jullie zouden verjaard hebben zij zouden verjaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verjaar
|