NL: verijdelenSynoniemen: beletten, verhinderen, vernietigen, opheffen, ondervangen, nullificeren
EN: thwart
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verijdeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verijdel jij verijdelt hij verijdelt wij verijdelen jullie verijdelen zij verijdelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verijdeld jij hebt verijdeld hij heeft verijdeld wij hebben verijdeld jullie hebben verijdeld zij hebben verijdeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verijdelde jij verijdelde hij verijdelde wij verijdelden jullie verijdelden zij verijdelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verijdeld jij had verijdeld hij had verijdeld wij hadden verijdeld jullie hadden verijdeld zij hadden verijdeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verijdelen jij zult verijdelen hij zal verijdelen wij zullen verijdelen jullie zullen verijdelen zij zullen verijdelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verijdeld hebben jij zult verijdeld hebben hij zal verijdeld hebben wij zullen verijdeld hebben jullie zullen verijdeld hebben zij zullen verijdeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verijdelen jij zou verijdelen hij zou verijdelen wij zouden verijdelen jullie zouden verijdelen zij zouden verijdelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verijdeld hebben jij zou verijdeld hebben hij zou verijdeld hebben wij zouden verijdeld hebben jullie zouden verijdeld hebben zij zouden verijdeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verijdel
|