NL: verifiërenSynoniemen: nagaan, zekerstellen, natrekken, checken
DE: nachweisen, beweisen, erweisen, vorzeigen, vorweisen
EN: verifiëren (natrekken): check, investigate, trace, affirm, check out, go through again
ES: comprobar
FR: vérifier, contrôler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geverifieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik definieer jij definieert hij definieert wij verifiëren jullie verifiëren zij verifiëren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geverifieerd jij hebt geverifieerd hij heeft geverifieerd wij hebben geverifieerd jullie hebben geverifieerd zij hebben geverifieerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verifieerde jij verifieerde hij verifieerde wij verifieerden jullie verifieerden zij verifieerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geverifieerd jij had geverifieerd hij had geverifieerd wij hadden geverifieerd jullie hadden geverifieerd zij hadden geverifieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verifiëren jij zult verifiëren hij zal verifiëren wij zullen verifiëren jullie zullen verifiëren zij zullen verifiëren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geverifieerd hebben jij zult geverifieerd hebben hij zal geverifieerd hebben wij zullen geverifieerd hebben jullie zullen geverifieerd hebben zij zullen geverifieerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verifiëren jij zou verifiëren hij zou verifiëren wij zouden verifiëren jullie zouden verifiëren zij zouden verifiëren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geverifieerd hebben jij zou geverifieerd hebben hij zou geverifieerd hebben wij zouden geverifieerd hebben jullie zouden geverifieerd hebben zij zouden geverifieerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verifieer
|