NL: verhoedenSynoniemen: voorkomen, vermijden, vermijding, schuwen, ontwijken, ontlopen, mijden
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verhoed
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verhoed jij verhoedt hij verhoedt wij verhoeden jullie verhoeden zij verhoeden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verhoed jij hebt verhoed hij heeft verhoed wij hebben verhoed jullie hebben verhoed zij hebben verhoed
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verhoedde jij verhoedde hij verhoedde wij verhoedden jullie verhoedden zij verhoedden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verhoed jij had verhoed hij had verhoed wij hadden verhoed jullie hadden verhoed zij hadden verhoed
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verhoeden jij zult verhoeden hij zal verhoeden wij zullen verhoeden jullie zullen verhoeden zij zullen verhoeden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verhoed hebben jij zult verhoed hebben hij zal verhoed hebben wij zullen verhoed hebben jullie zullen verhoed hebben zij zullen verhoed hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verhoeden jij zou verhoeden hij zou verhoeden wij zouden verhoeden jullie zouden verhoeden zij zouden verhoeden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verhoed hebben jij zou verhoed hebben hij zou verhoed hebben wij zouden verhoed hebben jullie zouden verhoed hebben zij zouden verhoed hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verhoed
|