NL: verhevigenSynoniemen: intensiveren, versterken, toespitsen, aanscherpen
EN: verhevigen (intensiveren): strengthen, amplify, intensify, acumilate, invigorate, fortify, deepen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verhevigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verhevig jij verhevigt hij verhevigt wij verhevigen jullie verhevigen zij verhevigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verhevigd jij hebt verhevigd hij heeft verhevigd wij hebben verhevigd jullie hebben verhevigd zij hebben verhevigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verhevigde jij verhevigde hij verhevigde wij verhevigden jullie verhevigden zij verhevigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verhevigd jij had verhevigd hij had verhevigd wij hadden verhevigd jullie hadden verhevigd zij hadden verhevigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verhevigen jij zult verhevigen hij zal verhevigen wij zullen verhevigen jullie zullen verhevigen zij zullen verhevigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verhevigd hebben jij zult verhevigd hebben hij zal verhevigd hebben wij zullen verhevigd hebben jullie zullen verhevigd hebben zij zullen verhevigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verhevigen jij zou verhevigen hij zou verhevigen wij zouden verhevigen jullie zouden verhevigen zij zouden verhevigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verhevigd hebben jij zou verhevigd hebben hij zou verhevigd hebben wij zouden verhevigd hebben jullie zouden verhevigd hebben zij zouden verhevigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verhevig
|