NL: verhelenSynoniemen: verbloemen, verzwijgen, achterhouden
DE: verhelen (verzwijgen): verschweigen, verstecken, verheimlichen, zurückhalten, verbergen
EN: verhelen (verzwijgen): conceal
FR: verhelen (verzwijgen): se taire de quelque chose, taire, dissimuler, celer, cacher, passer sous silence
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verheeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verheel jij verheelt hij verheelt wij verhelen jullie verhelen zij verhelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verheeld jij hebt verheeld hij heeft verheeld wij hebben verheeld jullie hebben verheeld zij hebben verheeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verheelde jij verheelde hij verheelde wij verheelden jullie verheelden zij verheelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verheeld jij had verheeld hij had verheeld wij hadden verheeld jullie hadden verheeld zij hadden verheeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verhelen jij zult verhelen hij zal verhelen wij zullen verhelen jullie zullen verhelen zij zullen verhelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verheeld hebben jij zult verheeld hebben hij zal verheeld hebben wij zullen verheeld hebben jullie zullen verheeld hebben zij zullen verheeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verhelen jij zou verhelen hij zou verhelen wij zouden verhelen jullie zouden verhelen zij zouden verhelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verheeld hebben jij zou verheeld hebben hij zou verheeld hebben wij zouden verheeld hebben jullie zouden verheeld hebben zij zouden verheeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verheel
|