NL: verhardenSynoniemen: bestraten, plaveien, stalen
EN: the harden
FR: le durcissement
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verhard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verhard jij verhardt hij verhardt wij verharden jullie verharden zij verharden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verhard jij hebt verhard hij heeft verhard wij hebben verhard jullie hebben verhard zij hebben verhard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verhardde jij verhardde hij verhardde wij verhardden jullie verhardden zij verhardden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verhard jij had verhard hij had verhard wij hadden verhard jullie hadden verhard zij hadden verhard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verharden jij zult verharden hij zal verharden wij zullen verharden jullie zullen verharden zij zullen verharden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verhard hebben jij zult verhard hebben hij zal verhard hebben wij zullen verhard hebben jullie zullen verhard hebben zij zullen verhard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verharden jij zou verharden hij zou verharden wij zouden verharden jullie zouden verharden zij zouden verharden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verhard hebben jij zou verhard hebben hij zou verhard hebben wij zouden verhard hebben jullie zouden verhard hebben zij zouden verhard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verhard
|