NL: vergoedenSynoniemen: compenseren, schadeloosstellen, restitueren, goedmaken, terugbetalen, afkopen
DE: vergoeden (compenseren): ersetzen, wiedergutmachen, kompensieren, ausgleichen, erstatten, vergüten, einbringen, entgelten, sühnen, belohnen, honorieren, gutmachen, abbüßen
EN: vergoeden (compenseren): compensate for, counterbalance, make good
ES: vergoeden (compenseren): compensar, recompensar, remunerar, resarcir de
FR: vergoeden (compenseren): compenser, couvrir, corriger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vergoed
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vergoed jij vergoedt hij vergoedt wij vergoeden jullie vergoeden zij vergoeden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vergoed jij hebt vergoed hij heeft vergoed wij hebben vergoed jullie hebben vergoed zij hebben vergoed
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vergoedde jij vergoedde hij vergoedde wij vergoedden jullie vergoedden zij vergoedden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vergoed jij had vergoed hij had vergoed wij hadden vergoed jullie hadden vergoed zij hadden vergoed
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vergoeden jij zult vergoeden hij zal vergoeden wij zullen vergoeden jullie zullen vergoeden zij zullen vergoeden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vergoed hebben jij zult vergoed hebben hij zal vergoed hebben wij zullen vergoed hebben jullie zullen vergoed hebben zij zullen vergoed hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vergoeden jij zou vergoeden hij zou vergoeden wij zouden vergoeden jullie zouden vergoeden zij zouden vergoeden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vergoed hebben jij zou vergoed hebben hij zou vergoed hebben wij zouden vergoed hebben jullie zouden vergoed hebben zij zouden vergoed hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vergoed
|