Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

vergoeden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: vergoeden
Synoniemen: compenseren, schadeloosstellen, restitueren, goedmaken, terugbetalen, afkopen

DE: vergoeden (compenseren): ersetzen, wiedergutmachen, kompensieren, ausgleichen, erstatten, vergüten, einbringen, entgelten, sühnen, belohnen, honorieren, gutmachen, abbüßen
EN: vergoeden (compenseren): compensate for, counterbalance, make good
ES: vergoeden (compenseren): compensar, recompensar, remunerar, resarcir de
FR: vergoeden (compenseren): compenser, couvrir, corriger

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
vergoed
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vergoed
jij vergoedt
hij vergoedt
wij vergoeden
jullie vergoeden
zij vergoeden
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb vergoed
jij hebt vergoed
hij heeft vergoed
wij hebben vergoed
jullie hebben vergoed
zij hebben vergoed
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik vergoedde
jij vergoedde
hij vergoedde
wij vergoedden
jullie vergoedden
zij vergoedden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had vergoed
jij had vergoed
hij had vergoed
wij hadden vergoed
jullie hadden vergoed
zij hadden vergoed
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal vergoeden
jij zult vergoeden
hij zal vergoeden
wij zullen vergoeden
jullie zullen vergoeden
zij zullen vergoeden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal vergoed hebben
jij zult vergoed hebben
hij zal vergoed hebben
wij zullen vergoed hebben
jullie zullen vergoed hebben
zij zullen vergoed hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou vergoeden
jij zou vergoeden
hij zou vergoeden
wij zouden vergoeden
jullie zouden vergoeden
zij zouden vergoeden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou vergoed hebben
jij zou vergoed hebben
hij zou vergoed hebben
wij zouden vergoed hebben
jullie zouden vergoed hebben
zij zouden vergoed hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vergoed

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/vergoeden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English