NL: vergiftigenSynoniemen: infecteren, vermoorden, verpesten, verbitteren, aanstoken
EN: contaminate, poison, infect
FR: empoisonner, intoxiquer, contaminer, souiller, infecter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vergiftigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vergiftig jij vergiftigt hij vergiftigt wij vergiftigen jullie vergiftigen zij vergiftigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vergiftigd jij hebt vergiftigd hij heeft vergiftigd wij hebben vergiftigd jullie hebben vergiftigd zij hebben vergiftigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vergiftigde jij vergiftigde hij vergiftigde wij vergiftigden jullie vergiftigden zij vergiftigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vergiftigd jij had vergiftigd hij had vergiftigd wij hadden vergiftigd jullie hadden vergiftigd zij hadden vergiftigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vergiftigen jij zult vergiftigen hij zal vergiftigen wij zullen vergiftigen jullie zullen vergiftigen zij zullen vergiftigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vergiftigd hebben jij zult vergiftigd hebben hij zal vergiftigd hebben wij zullen vergiftigd hebben jullie zullen vergiftigd hebben zij zullen vergiftigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vergiftigen jij zou vergiftigen hij zou vergiftigen wij zouden vergiftigen jullie zouden vergiftigen zij zouden vergiftigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vergiftigd hebben jij zou vergiftigd hebben hij zou vergiftigd hebben wij zouden vergiftigd hebben jullie zouden vergiftigd hebben zij zouden vergiftigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vergiftig
|