Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

vergiftigen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: vergiftigen
Synoniemen: infecteren, vermoorden, verpesten, verbitteren, aanstoken

EN: contaminate, poison, infect
FR: empoisonner, intoxiquer, contaminer, souiller, infecter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
vergiftigd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vergiftig
jij vergiftigt
hij vergiftigt
wij vergiftigen
jullie vergiftigen
zij vergiftigen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb vergiftigd
jij hebt vergiftigd
hij heeft vergiftigd
wij hebben vergiftigd
jullie hebben vergiftigd
zij hebben vergiftigd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik vergiftigde
jij vergiftigde
hij vergiftigde
wij vergiftigden
jullie vergiftigden
zij vergiftigden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had vergiftigd
jij had vergiftigd
hij had vergiftigd
wij hadden vergiftigd
jullie hadden vergiftigd
zij hadden vergiftigd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal vergiftigen
jij zult vergiftigen
hij zal vergiftigen
wij zullen vergiftigen
jullie zullen vergiftigen
zij zullen vergiftigen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal vergiftigd hebben
jij zult vergiftigd hebben
hij zal vergiftigd hebben
wij zullen vergiftigd hebben
jullie zullen vergiftigd hebben
zij zullen vergiftigd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou vergiftigen
jij zou vergiftigen
hij zou vergiftigen
wij zouden vergiftigen
jullie zouden vergiftigen
zij zouden vergiftigen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou vergiftigd hebben
jij zou vergiftigd hebben
hij zou vergiftigd hebben
wij zouden vergiftigd hebben
jullie zouden vergiftigd hebben
zij zouden vergiftigd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vergiftig

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/vergiftigen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English