Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

vergezellen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: vergezellen
Synoniemen: begeleiden, geleiden, meegaan, meelopen, volgen, volgt, escorte, escorteren, chaperonneren, begeleiding

DE: mitgehen, begleiten, geleiten, herumführen
EN: accompany, conduct, come along with, escort, chaperon, walk along
ES: acompañar
FR: accompagner, escorter, chaperonner, mener, conduire

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
vergezeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vergezel
jij vergezelt
hij vergezelt
wij vergezellen
jullie vergezellen
zij vergezellen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb vergezeld
jij hebt vergezeld
hij heeft vergezeld
wij hebben vergezeld
jullie hebben vergezeld
zij hebben vergezeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik vergezelde
jij vergezelde
hij vergezelde
wij vergezelden
jullie vergezelden
zij vergezelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had vergezeld
jij had vergezeld
hij had vergezeld
wij hadden vergezeld
jullie hadden vergezeld
zij hadden vergezeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal vergezellen
jij zult vergezellen
hij zal vergezellen
wij zullen vergezellen
jullie zullen vergezellen
zij zullen vergezellen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal vergezeld hebben
jij zult vergezeld hebben
hij zal vergezeld hebben
wij zullen vergezeld hebben
jullie zullen vergezeld hebben
zij zullen vergezeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou vergezellen
jij zou vergezellen
hij zou vergezellen
wij zouden vergezellen
jullie zouden vergezellen
zij zouden vergezellen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou vergezeld hebben
jij zou vergezeld hebben
hij zou vergezeld hebben
wij zouden vergezeld hebben
jullie zouden vergezeld hebben
zij zouden vergezeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vergezel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/vergezellen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English