NL: vergevenSynoniemen: genade schenken, weggeven, wegschenken
DE: vergeven (vergiffenis schenken): vergeben, verzeihen, Verzeihung gewären
EN: vergeven (vergiffenis schenken): forgive, pardon, give away, misdeal, excuse
ES: vergeven (vergiffenis schenken): perdonar, disculpar
FR: vergeven (vergiffenis schenken): pardonner, excuser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vergeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vergeef jij vergeeft hij vergeeft wij vergeven jullie vergeven zij vergeven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vergeven jij hebt vergeven hij heeft vergeven wij hebben vergeven jullie hebben vergeven zij hebben vergeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vergaf jij vergaf hij vergaf wij vergaven jullie vergaven zij vergaven
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vergeven jij had vergeven hij had vergeven wij hadden vergeven jullie hadden vergeven zij hadden vergeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vergeven jij zult vergeven hij zal vergeven wij zullen vergeven jullie zullen vergeven zij zullen vergeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vergeven hebben jij zult vergeven hebben hij zal vergeven hebben wij zullen vergeven hebben jullie zullen vergeven hebben zij zullen vergeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vergeven jij zou vergeven hij zou vergeven wij zouden vergeven jullie zouden vergeven zij zouden vergeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vergeven hebben jij zou vergeven hebben hij zou vergeven hebben wij zouden vergeven hebben jullie zouden vergeven hebben zij zouden vergeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vergeef
|