NL: vergaderenSynoniemen: beraadslagen, meenemen, meebrengen, medenemen, medebrengen, bijeenbrengen, afhalen
DE: vergaderen (in bespreking zijn): konferieren, beraten, tagen, beratschlagen, eine Versammlung abhalten
EN: vergaderen (in bespreking zijn): have a meeting, have a conference, hold session
ES: vergaderen (in bespreking zijn): reunirse, conferenciar
FR: vergaderen (in bespreking zijn): tenir une réunion, conférer, débattre, délibérer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vergaderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vergader jij vergadert hij vergadert wij vergaderen jullie vergaderen zij vergaderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vergaderd jij hebt vergaderd hij heeft vergaderd wij hebben vergaderd jullie hebben vergaderd zij hebben vergaderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vergaderde jij vergaderde hij vergaderde wij vergaderden jullie vergaderden zij vergaderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vergaderd jij had vergaderd hij had vergaderd wij hadden vergaderd jullie hadden vergaderd zij hadden vergaderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vergaderen jij zult vergaderen hij zal vergaderen wij zullen vergaderen jullie zullen vergaderen zij zullen vergaderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vergaderd hebben jij zult vergaderd hebben hij zal vergaderd hebben wij zullen vergaderd hebben jullie zullen vergaderd hebben zij zullen vergaderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vergaderen jij zou vergaderen hij zou vergaderen wij zouden vergaderen jullie zouden vergaderen zij zouden vergaderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vergaderd hebben jij zou vergaderd hebben hij zou vergaderd hebben wij zouden vergaderd hebben jullie zouden vergaderd hebben zij zouden vergaderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vergader
|