NL: verergerenSynoniemen: verslechteren, aandikken, prikkelen
DE: verschlimmern, schlimmermachen
EN: aggravate
ES: empeorar, recrudecerse, exacerbarse, agudizarse
FR: aggraver, s'aggraver
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verergerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vererger jij verergert hij verergert wij verergeren jullie verergeren zij verergeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verergerd jij hebt verergerd hij heeft verergerd wij hebben verergerd jullie hebben verergerd zij hebben verergerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verergerde jij verergerde hij verergerde wij verergerden jullie verergerden zij verergerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verergerd jij had verergerd hij had verergerd wij hadden verergerd jullie hadden verergerd zij hadden verergerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verergeren jij zult verergeren hij zal verergeren wij zullen verergeren jullie zullen verergeren zij zullen verergeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verergerd hebben jij zult verergerd hebben hij zal verergerd hebben wij zullen verergerd hebben jullie zullen verergerd hebben zij zullen verergerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verergeren jij zou verergeren hij zou verergeren wij zouden verergeren jullie zouden verergeren zij zouden verergeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verergerd hebben jij zou verergerd hebben hij zou verergerd hebben wij zouden verergerd hebben jullie zouden verergerd hebben zij zouden verergerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vererger
|