NL: vererenSynoniemen: aanbidden, , verafgoden, adoreren, roemen, prijzen, loven
DE: vereren (zich lovend uitlaten): preisen, hochschätzen, schätzen, loben, in den Himmel heben, sich lobend ausdrücken, lobpreisen
EN: vereren (zich lovend uitlaten): praise, throw heaps of praise upon, laud, esteem, esteem highly, commend higly, extol, value highly
ES: vereren (zich lovend uitlaten): elogiar, ponderar
FR: vereren (zich lovend uitlaten): être élogieux de, faire l'éloge de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vereer jij vereert hij vereert wij vereren jullie vereren zij vereren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vereerd jij hebt vereerd hij heeft vereerd wij hebben vereerd jullie hebben vereerd zij hebben vereerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vereerde jij vereerde hij vereerde wij vereerden jullie vereerden zij vereerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vereerd jij had vereerd hij had vereerd wij hadden vereerd jullie hadden vereerd zij hadden vereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vereren jij zult vereren hij zal vereren wij zullen vereren jullie zullen vereren zij zullen vereren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vereerd hebben jij zult vereerd hebben hij zal vereerd hebben wij zullen vereerd hebben jullie zullen vereerd hebben zij zullen vereerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vereren jij zou vereren hij zou vereren wij zouden vereren jullie zouden vereren zij zouden vereren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vereerd hebben jij zou vereerd hebben hij zou vereerd hebben wij zouden vereerd hebben jullie zouden vereerd hebben zij zouden vereerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vereer
|