NL: verenigenSynoniemen: concentreren, liëren, paren, samenbrengen, verzamel, verzamelen, maken
DE: sammeln, versammeln, scharen, ansammeln
EN: assemble, accumulate, gather, amass, collect
ES: reunir, juntar, coleccionar
FR: rassembler, assembler, réunir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verenigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verenig jij verenigt hij verenigt wij verenigen jullie verenigen zij verenigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verenigd jij hebt verenigd hij heeft verenigd wij hebben verenigd jullie hebben verenigd zij hebben verenigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verenigde jij verenigde hij verenigde wij verenigden jullie verenigden zij verenigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verenigd jij had verenigd hij had verenigd wij hadden verenigd jullie hadden verenigd zij hadden verenigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verenigen jij zult verenigen hij zal verenigen wij zullen verenigen jullie zullen verenigen zij zullen verenigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verenigd hebben jij zult verenigd hebben hij zal verenigd hebben wij zullen verenigd hebben jullie zullen verenigd hebben zij zullen verenigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verenigen jij zou verenigen hij zou verenigen wij zouden verenigen jullie zouden verenigen zij zouden verenigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verenigd hebben jij zou verenigd hebben hij zou verenigd hebben wij zouden verenigd hebben jullie zouden verenigd hebben zij zouden verenigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verenig
|