NL: vereffenenSynoniemen: afbetalen, afhandelen, betalen, effenen, egaliseren, verrekenen, voldoen, voldoet, afrekenen
DE: glätten, ebnen, egalisieren, ausstreichen
EN: settle
ES: saldar
FR: liquider, régler, arranger, acquitter, solder
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vereffend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vereffen jij vereffent hij vereffent wij vereffenen jullie vereffenen zij vereffenen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vereffend jij hebt vereffend hij heeft vereffend wij hebben vereffend jullie hebben vereffend zij hebben vereffend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vereffende jij vereffende hij vereffende wij vereffenden jullie vereffenden zij vereffenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vereffend jij had vereffend hij had vereffend wij hadden vereffend jullie hadden vereffend zij hadden vereffend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vereffenen jij zult vereffenen hij zal vereffenen wij zullen vereffenen jullie zullen vereffenen zij zullen vereffenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vereffend hebben jij zult vereffend hebben hij zal vereffend hebben wij zullen vereffend hebben jullie zullen vereffend hebben zij zullen vereffend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vereffenen jij zou vereffenen hij zou vereffenen wij zouden vereffenen jullie zouden vereffenen zij zouden vereffenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vereffend hebben jij zou vereffend hebben hij zou vereffend hebben wij zouden vereffend hebben jullie zouden vereffend hebben zij zouden vereffend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vereffen
|