NL: vereeuwigenDE: verewigen
EN: immortalize, perpetuate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vereeuwigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vereeuwig jij vereeuwigt hij vereeuwigt wij vereeuwigen jullie vereeuwigen zij vereeuwigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vereeuwigd jij hebt vereeuwigd hij heeft vereeuwigd wij hebben vereeuwigd jullie hebben vereeuwigd zij hebben vereeuwigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vereeuwigde jij vereeuwigde hij vereeuwigde wij vereeuwigden jullie vereeuwigden zij vereeuwigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vereeuwigd jij had vereeuwigd hij had vereeuwigd wij hadden vereeuwigd jullie hadden vereeuwigd zij hadden vereeuwigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vereeuwigen jij zult vereeuwigen hij zal vereeuwigen wij zullen vereeuwigen jullie zullen vereeuwigen zij zullen vereeuwigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vereeuwigd hebben jij zult vereeuwigd hebben hij zal vereeuwigd hebben wij zullen vereeuwigd hebben jullie zullen vereeuwigd hebben zij zullen vereeuwigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vereeuwigen jij zou vereeuwigen hij zou vereeuwigen wij zouden vereeuwigen jullie zouden vereeuwigen zij zouden vereeuwigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vereeuwigd hebben jij zou vereeuwigd hebben hij zou vereeuwigd hebben wij zouden vereeuwigd hebben jullie zouden vereeuwigd hebben zij zouden vereeuwigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vereeuwig
|