NL: vereenzelvigenSynoniemen: identificeren
DE: sich mit etwas identifizieren
EN: identify
ES: reconocer, identificar
FR: identifier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vereenzelvigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vereenzelvig jij vereenzelvigt hij vereenzelvigt wij vereenzelvigen jullie vereenzelvigen zij vereenzelvigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vereenzelvigd jij hebt vereenzelvigd hij heeft vereenzelvigd wij hebben vereenzelvigd jullie hebben vereenzelvigd zij hebben vereenzelvigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vereenzelvigde jij vereenzelvigde hij vereenzelvigde wij vereenzelvigden jullie vereenzelvigden zij vereenzelvigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vereenzelvigd jij had vereenzelvigd hij had vereenzelvigd wij hadden vereenzelvigd jullie hadden vereenzelvigd zij hadden vereenzelvigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vereenzelvigen jij zult vereenzelvigen hij zal vereenzelvigen wij zullen vereenzelvigen jullie zullen vereenzelvigen zij zullen vereenzelvigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vereenzelvigd hebben jij zult vereenzelvigd hebben hij zal vereenzelvigd hebben wij zullen vereenzelvigd hebben jullie zullen vereenzelvigd hebben zij zullen vereenzelvigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vereenzelvigen jij zou vereenzelvigen hij zou vereenzelvigen wij zouden vereenzelvigen jullie zouden vereenzelvigen zij zouden vereenzelvigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vereenzelvigd hebben jij zou vereenzelvigd hebben hij zou vereenzelvigd hebben wij zouden vereenzelvigd hebben jullie zouden vereenzelvigd hebben zij zouden vereenzelvigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vereenzelvig
|