NL: veredelenSynoniemen: verbeteren, verfijnen, plant
DE: verfeinern, veredeln
EN: refine, ennoble
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
veredeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik veredel jij veredelt hij veredelt wij veredelen jullie veredelen zij veredelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb veredeld jij hebt veredeld hij heeft veredeld wij hebben veredeld jullie hebben veredeld zij hebben veredeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik veredelde jij veredelde hij veredelde wij veredelden jullie veredelden zij veredelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had veredeld jij had veredeld hij had veredeld wij hadden veredeld jullie hadden veredeld zij hadden veredeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal veredelen jij zult veredelen hij zal veredelen wij zullen veredelen jullie zullen veredelen zij zullen veredelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal veredeld hebben jij zult veredeld hebben hij zal veredeld hebben wij zullen veredeld hebben jullie zullen veredeld hebben zij zullen veredeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou veredelen jij zou veredelen hij zou veredelen wij zouden veredelen jullie zouden veredelen zij zouden veredelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou veredeld hebben jij zou veredeld hebben hij zou veredeld hebben wij zouden veredeld hebben jullie zouden veredeld hebben zij zouden veredeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
veredel
|