NL: verduitsen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verduitst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verduits jij verduitst hij verduitst wij verduitsen jullie verduitsen zij verduitsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verduitst jij hebt verduitst hij heeft verduitst wij hebben verduitst jullie hebben verduitst zij hebben verduitst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verduitste jij verduitste hij verduitste wij verduitsten jullie verduitsten zij verduitsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verduitst jij had verduitst hij had verduitst wij hadden verduitst jullie hadden verduitst zij hadden verduitst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verduitsen jij zult verduitsen hij zal verduitsen wij zullen verduitsen jullie zullen verduitsen zij zullen verduitsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verduitst hebben jij zult verduitst hebben hij zal verduitst hebben wij zullen verduitst hebben jullie zullen verduitst hebben zij zullen verduitst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verduitsen jij zou verduitsen hij zou verduitsen wij zouden verduitsen jullie zouden verduitsen zij zouden verduitsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verduitst hebben jij zou verduitst hebben hij zou verduitst hebben wij zouden verduitst hebben jullie zouden verduitst hebben zij zouden verduitst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verduits
|