NL: verduisterenSynoniemen: achteroverdrukken, stelen, verbergen, verdonkeren, malversatie, zwend, verduistering, verdonkeremaning, ontvreemding, onregelmatigheden, fraude, wegpikken, wegkapen, wegfutselen, vervreemden, verdonkeremanen, pikken, ontvreemden, jatten, inpikken, gappen,
EN: verduisteren (verbergen): hide, disguise, conceal, suppress, mantle, hush up, blur, gloss over, veil
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verduisterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verduister jij verduistert hij verduistert wij verduisteren jullie verduisteren zij verduisteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verduisterd jij hebt verduisterd hij heeft verduisterd wij hebben verduisterd jullie hebben verduisterd zij hebben verduisterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verduisterde jij verduisterde hij verduisterde wij verduisterden jullie verduisterden zij verduisterden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verduisterd jij had verduisterd hij had verduisterd wij hadden verduisterd jullie hadden verduisterd zij hadden verduisterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verduisteren jij zult verduisteren hij zal verduisteren wij zullen verduisteren jullie zullen verduisteren zij zullen verduisteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verduisterd hebben jij zult verduisterd hebben hij zal verduisterd hebben wij zullen verduisterd hebben jullie zullen verduisterd hebben zij zullen verduisterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verduisteren jij zou verduisteren hij zou verduisteren wij zouden verduisteren jullie zouden verduisteren zij zouden verduisteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verduisterd hebben jij zou verduisterd hebben hij zou verduisterd hebben wij zouden verduisterd hebben jullie zouden verduisterd hebben zij zouden verduisterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verduister
|